Hoe ‘Atlantis’ van B-kant naar nummer 1-hit groeide
De Number One Show-tijdmachine komt uit bij 1969, toen Donovan deze nummer 1-hit had. Donovan gebruikte voor “Atlantis” een mix van esoterische inspiratie, studio‑toverkunst en een flinke dosis geruchten en inside jokes.
De tekst is deels gebaseerd op een 19e‑eeuws occult boek, A Dweller on Two Planets, dat volgens de auteur “gechanneld” zou zijn door een geest uit Atlantis. Voor de beschrijving van Atlantis leunde Donovan óók zwaar op een ander pseudowetenschappelijk standaardwerk: Atlantis: The Antediluvian World van Ignatius Donnelly uit 1882.
Keltisch
Donovan verbond die boeken bewust met Keltische mythes (Tuatha Dé Danann) en de Vedische traditie uit India, zodat zijn Atlantis een soort “hippie‑heilige geschiedenis” werd waarin alle oude beschavingen één zijn. In die monoloog maakt Donovan een aantal feitelijke “fouten” over zijn eigen mythologie: hij zegt bijvoorbeeld dat Atlantis “vlak naast Afrika lag” en spreekt over “twelve” Atlanten‑koningen, terwijl de esoterische bronnen waar hij uit put andere aantallen en verhoudingen geven.
B-kantje
In de VS werd “Atlantis” door de platenmaatschappij eerst slechts als B‑kant uitgebracht, omdat men dacht dat een lang, half‑gesproken nummer onmogelijk radio‑vriendelijk zou zijn; dj’s draaiden het tóch massaal om en maakten juist die “onmogelijke” kant groot. Op de A-kant stond daar “To Susan On The West Coast Waiting”.
Mijn radioshows van deze week
Meer luisteren? Dat kan hier.
